Begroting 2019

D. Financiering

Kredietrisicobeheer

Kredietrisicobeheer

Kredietrisicobeheersing richt zich op de kredietwaardigheid (en dus het risicoprofiel) van de tegenpartijen bij financiële transacties. Kredietrisico’s kunnen zich op twee manieren manifesteren. Ten eerste is er het directe risico dat wordt gelopen uit hoofde van door de gemeente gedane uitzettingen (verstrekte geldleningen en beleggingen). Gelet op de bepalingen met betrekking tot Schatkistbankieren zijn nieuwe externe beleggingen niet meer mogelijk. Het uitzetten van geldmiddelen kan daardoor alleen nog maar plaatsvinden in ’s Rijks Schatkist of bij andere decentrale overheden.
Daarnaast is een kredietrisico verbonden aan gemeentelijke leningen en garanties, die de gemeente heeft verstrekt c.q. afgegeven aan lokaal opererende organisaties. Op deze leningen loopt de gemeente kredietrisico’s. Grootste onderdeel van de verstrekte garanties vormt de achtervangfunctie voor de woningcorporaties en particuliere woningbouw. Daarbij wordt de gemeente pas aangesproken als de sector zelf en het Waarborgfonds Sociale Woningbouw (WSW) hun verplichtingen niet nakomen. Dit is tot op heden nog niet voorgekomen. Het risico wordt daarmee gering geacht. De portefeuille voor particuliere woningbouw wordt langzaam afgebouwd, omdat die achtervangpositie is overgenomen door de Nationale Hypotheekgarantie (NHG). Door meer aflossingen van particulieren bouwt de portefeuille sneller af dan verwacht.
Om het risico voor de gemeente zoveel mogelijk te beperken, wordt in 2018/2019 naar de mogelijkheden gekeken om de leningen die de gemeente rechtstreeks aan de woningcorporatie heeft verstrekt om te zetten in een garantstelling.